Home » Wie vangt de dokter op?

Wie vangt de dokter op?

Wat als een patiënt waar je een band mee hebt onder je handen wegglijdt? En hoe ga je om met de schaamte en schuldgevoelens als je betrokken bent bij een medisch incident? Begeleiding van artsen is in dat soort situaties nog lang geen vanzelfsprekendheid, maar er ontstaan langzamerhand wel steeds meer initiatieven in die richting.

Als een agent of een brandweerman te maken krijgt met een overlijdensgeval, komt er onmiddellijk een bedrijfsopvangteam (BOT) in actie. Voor artsen is dat nog lang geen gemeengoed. Liesbeth Jansen, chirurg-oncoloog in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), verbaast zich daarover, want artsen hebben beroepsmatig regelmatig te maken met onverwachte complicaties en het brengen van slecht nieuws. “Er wordt relatief weinig over emoties gepraat. Van oudsher hebben veel artsen het streven onfeilbaar te zijn. Je kwetsbaar opstellen hoort daar niet bij.”

Medisch tuchtcollege

Zelf durft Liesbeth zich wél kwetsbaar op te stellen. Ze kreeg in haar loopbaan meerdere keren te maken met een calamiteit. In één geval leidde dat tot een intern onderzoek; twee keer moest ze voor het medisch tuchtcollege verschijnen. Geen enkele klacht werd gegrond verklaard, maar de persoonlijke impact was groot. “In vergelijkbare situaties komen de herinneringen terug: wat als ik dit niet had gedaan? Heb ik goed

geluisterd naar wat de arts-assistent zei? Ik ging twijfelen aan mijn eigen handelen, zeker omdat een tuchtzaak lang duurt. De ene zaak anderhalf jaar; de ander twee en al die tijd zit je in onzekerheid. Het versterkte mijn behoefte alles tot vervelends toe te controleren, uit angst om weer in zo’n zaak te belanden.”

“Veel artsen hebben het streven onfeilbaar te zijn”

Tijdens een complicatiebespreking met zestig collega’s besprak Liesbeth Jansen niet alleen de medische kant van de tuchtzaak, maar vertelde ze ook over de emotionele impact. “Dat bracht heel wat teweeg. Uit de reacties die ik kreeg, bleek dat veel collega’s mijn gevoelens herkenden en het ook prettig vonden daarover te praten.”

Praten is belangrijk

Gerda Zeeman, gynaecoloog in het Tjongerschans Ziekenhuis in Heerenveen, herkent het beeld dat Liesbeth Jansen schetst volledig. Ook zij kreeg in haar loopbaan te maken met een incident, nadat ze

twijfelde of ze een afwijking op de echo had gezien. Ze negeerde het ‘niet pluis’- gevoel, maar achteraf bleek het toch niet goed te zijn. Het baby’tje overleed enige tijd na de geboorte. “Ik schaamde me, was boos op mezelf en verdrietig. Ik wilde het maken van dergelijke echo’s in het begin het liefst vermijden, maar dat is niet de oplossing. Ik heb m’n verhaal verteld tijdens een thema-avond die VvAA samen met Compassion for Care organiseerde en net als bij Liesbeth maakte dat ontzettend veel los. Dat bevestigde voor mij hoe belangrijk het is om dit bespreekbaar te maken.” Gerda Zeeman volgde trainingen, verdiepte zich in het onderwerp en is nu zelf coach en trainer voor artsen (onder andere via het CarrièreCentrum Zorg).

“Uit onderzoek blijkt dat vroeg of laat meer dan de helft van de zorgverleners na een medisch incident in meer of mindere mate te maken kan krijgen met gevoelens van spanning, angst, depressie, slaapproblemen, twijfel over de eigen professionele bekwaamheid en schuldgevoelens.

“Meer dan 10 procent van de artsen overweegt na een medisch incident uit het vak te stappen”

Meer dan 10 procent overweegt zelfs uit het vak te stappen. Er wordt wel eens gezegd dat zorgverleners second victim zijn. Deze cijfers onderstrepen dat. Natuurlijk hoort de allereerste aandacht naar de patiënt uit te gaan, die moet worden ondersteund bij het verdere herstel en de aanvullende stappen die nodig zijn. Maar daarnaast is het belangrijk dat de gevoelens van de arts aandacht krijgen, bijvoorbeeld tijdens patiëntveiligheidsbesprekingen. De emotionele impact kan je immers in je handelen beperken en daar is geen patiënt bij gebaat.”

Peer Support

Gelukkig staat het onderwerp in steeds meer zorginstellingen op de agenda. Het UMCG startte in 2013 met Peer Support, naar het initiatief van de Amerikaanse KNOarts Jo Shapiro (zie ook de kadertekst op pagina 6). Het Peer Support team neemt na een calamiteit contact op met de betrokken zorgverlener met de vraag hoe hij of zij zich voelt en of er behoefte is erover te praten: nu, of op een later moment. Het Peer Support team is er puur voor het welzijn van collega’s. Volgens Liesbeth Jansen is dat belangrijk. “Je wordt niet beoordeeld; het doel is om jou als persoon verder te helpen. Ik zie Peer Support dan ook als een vangnet om te zorgen dat je minder diep valt en dat je je werk optimaal kunt blijven doen.” Zelf heeft ze één keer gebruikgemaakt van Peer Support – de andere calamiteiten waar ze mee te maken kreeg, speelden vóór

  1. “Ik herinner me nog heel goed dat ik de brief kreeg met de mededeling dat ik voor de tweede keer voor het tuchtcollege moest verschijnen en dacht: dit kan niet waar zijn! Ik heb toen een vertrouwde collega en de auteur van het boek ‘Chirurg en tuchtrecht’ opgezocht en heb op die manier m’n eigen Peer Support geregeld. Het allerbelangrijkste is namelijk dat je emoties bespreekbaar maakt. Gelukkig werk ik zelf in een team waar dat kan, en ik vind dat ook richting aios en coassistenten belangrijk. Onderzoek door de Universiteit van Tilburg liet onlangs nog zien dat artsen best wel eens een traan laten, maar dat met name aios denken dat het ten koste gaat van je geloofwaardigheid. Dat vind ik zorgelijk. Natuurlijk moet je niet iedere dag huilend uit je werk komen, maar als het een keer gebeurt, is dat echt niet erg.” Onlangs nog overkwam het haar zelf, toen ze samen met een coassistent een van haar patiënten opzocht, die ze al jarenlang behandelde en die redelijk onverwacht in het ziekenhuis was beland. “Hij wist dat het einde nabij was en zei: ‘Ik zal nooit vergeten wat u voor me heeft gedaan.’ Ik had tranen in mijn ogen toen ik zijn hand vastpakte, want ik vond het zo dubbel dat hij sprak over ‘nooit vergeten’, terwijl hij er morgen al niet meer zou kunnen zijn. De co verwees er op zijn laatste stagedag naar. Toen dacht ik: die heb ik het goede voorbeeld gegeven.”

Huilen mag

Loes van der Linden, operationeel directeur van het CarrièreCentrum Zorg (CCZorg), dat

Mogelijk wordt gemaakt door VvAA, vindt die voorbeeldhouding belangrijk. “Huilen is niet erg; het toont juist je emotionele betrokkenheid bij de patiënt. Je moet je er alleen niet in verliezen en je wel professioneel kunnen blijven opstellen. Anders gaat het ten koste van je geloofwaardigheid en de behandelrelatie.”

“Een arts is óók een mens”

Het CCZorg ondersteunt artsen tijdens hun loopbaan, bijvoorbeeld met loopbaanbegeleiding of coaching. “Veel artsen denken nog steeds dat het van een stukje onvermogen getuigt als je je kwetsbaarheid laat zien. De werkdruk is hoog, evenals de druk op prestatie. Daardoor kan een houding van ‘mij kan niks gebeuren’ de boventoon gaan voeren. Maar hoe goed je je ook voorbereidt op de zwaardere kanten van je loopbaan, je kunt je vooraf niet wapenen tegen de emotionele achtbaan waar je soms in terecht komt. Als je daar niets mee doet, dan liggen klachten op de loer. Niet voor niets is het aantal burn-out gevallen onder aios groot. Daar ontwikkelen we nu samen met VvAA burn-out preventietools voor.”

Leernetwerk

Loes van der Linden en Gerda Zeeman zijn daarnaast, samen met een aantal experts in het veld en VvAA, bezig met het verder uitbouwen van een Peer Support leernetwerk om artsen te begeleiden met de emotionele nasleep van patiëntveiligheidsincidenten. “Het is een leernetwerk in wording. Vorig jaar is de eerste leergang met deelname van tien ziekenhuizen gestart. Uitwisseling staat centraal”, benadrukt Gerda Zeeman. “We volgen niet een bepaalde theorie of protocol, want er is tot nu toe nog niet veel bekend over hoe je zorgprofessionals begeleidt in het omgaan met moeilijke situaties. We proberen te leren van voorbeelden die er al in sommige ziekenhuizen en bij huisartsen zijn, maar ook van ervaringen in andere sectoren.”

Andere tijdgeest

Zowel Liesbeth Jansen als Gerda Zeeman merkt dat praten over emoties wel steeds

gebruikelijker wordt. “Of dat te maken heeft met de tijdgeest of doordat steeds meer artsen vrouw zijn, weet ik niet, maar ik juich de ontwikkeling van harte toe”, zegt Gerda Zeeman. “Het mooiste zou zijn als we het hier over vijf jaar niet meer over hoeven te hebben, omdat er in iedere instelling een plek of omgeving is waar je terechtkunt.” Liesbeth Jansen is het daarmee eens. “In dit vak is het onvermijdelijk dat je met overlijdenssituaties te maken krijgt. Hoe en of je wordt geraakt, maakt niet uit. Het gaat erom dat áls je ergens mee zit, je bij iemand terecht kunt. Uiteindelijk is een arts óók een mens.”

 

Peer Support

Peer Support in UMCG

Het Peer Support Team in het UMCG is opgeleid door Jo Shapiro, KNO-arts in het Brigham and Women’s Hospital in Boston. Shapiro deed in de VS en Groot-Brittannië onderzoek naar de manier waarop artsen en verpleegkundigen omgaan met medische fouten. Het Peer Support Team in het UMCG bestaat uit 35 artsen en 40 verpleegkundigen, die door collega’s worden voorgedragen en twee keer per jaar een training krijgen. Zodra er intern een mogelijke calamiteit wordt gemeld (jaarlijks zo’n 130 keer), neemt een peer

supporter contact op met de betrokken zorgverlener.

Leernetwerk Peer Support in de Zorg

In september 2015 is het eerste leernetwerk gestart, dat uit 30 personen bestaat (drie zorgprofessionals uit in totaal tien ziekenhuizen). Met elkaar geven zij vorm hoe peer support voor zorgverleners in hun instellingen het beste beklijft. Zij leren veel van experts (waaronder Susan Scott, docent aan de University of Missouri en een van de meest ervaren trainers in peer support) en andere disciplines. Daarnaast delen ze best practices. Onderdeel van het programma is een prevalentiemeting bij ieder deelnemend ziekenhuis. Hierdoor wordt zichtbaar wat er al is en/of wat nodig is als het gaat om peer support. In september 2016 gaat er een tweede groep van het leernetwerk Peer Support van start. Op 18 april vindt er bij VvAA een thema-avond plaats over dit leernetwerk, waarbij ook Susan Scott aanwezig is.

Aanmelden kan via

www.vvaa.nl/leernetwerk.